abonneer nu
Frisgroen

Wetenschap zonder bewijs

Door Ingeborg Swart op vrijdag 5 april 2019 17:45
  • ignore touch

    © Pixabay

mail pinterest

Toevallig kwam ik ergens tegen dat dit de ‘week van de klassieken’ is. Dit deed me even met een warm gevoel terugdenken aan mijn lessen in Oud Grieks op de middelbare school.

Behalve op woordjes en grammatica te studeren, maakten we daar ook kennis met de schoonheid van epische gedichten, de wonderen van filosofie en de denkbeelden in de klassieke wetenschap. Heerlijke uren waren dat! 

Die liefde is me altijd bijgebleven. Ook later tijdens mijn studie, en zelfs (of vooral) nu nog, lees ik graag teksten van wetenschappers uit de oude Griekse en Romeinse wereld. Niet alleen vanwege de prachtige verwoordingen, maar juist omdat het me blijft verwonderen hoeveel die wijsheren toen al wisten.

Neem Theophrastus. Hij leefde in de vierde eeuw voor Christus en wordt vaak gezien als de grondlegger van de plantkunde. Hij schreef onder andere een serie manuscripten waarin hij planten indeelde in categorieën. Nog veel bijzonderder is zijn andere bekende botanische werk. Daarin beschrijft hij hoe planten groeien en reageren op hun omgeving. Hoewel hij ook veel dingen niet precies wist over de planten die hij bestudeerde, had hij wel goed door hoe hun voorplanting werkte. Ook zijn aanwijzingen over veredelen en enten van bomen zijn bijzonder gedetailleerd. Puur door goed te kijken. Geen laboratoriumexperimenten, geen uitgebreide analyses, maar wel goede observaties en vooral uitmuntend denkwerk. Zonder veel bewijs kwam hij tot bijzondere inzichten.

Ook de Rerum Natura (over de natuur der dingen) van Lucretius past in dat verhaal. Ik heb een goede Engelse vertaling in mijn kast staan die ik vaak even pak. Die tekst gaat nog een stukje verder qua bewijsloos denken. Lucretius schrijft over allerlei natuurverschijnselen (en culturele en godsdienstige), en besteedt een flinke tijd aan de grondstof van alles. Hij beredeneert dat alles uiteindelijk terug te leiden moet zijn naar ondeelbare eenheden, minuscule bouwblokjes. Atomen, noemt hij die, naar het Griekse a-tomos (niet-deelbaar). Samen met enkele andere filosofen verdedigde hij dit idee. Deze voorvechters van de atomenleer hadden de techniek niet om hun theorie te testen. Zij gingen puur uit van wat voor hen logisch te beredeneren was, en wonderbaarlijk genoeg kwamen ze zo op deze theorie.

In de huidige wereld vol testapparaten en technologische vooruitgang is het bijna ondenkbaar om een theorie voor te stellen zonder die te bewijzen. Of zonder in elk geval een opzet daarvoor te geven. Vroeger moesten ze wel. En was iemand het niet met je eens, dan moest je met nog sterkere argumenten komen om hem van je gelijk te overtuigen. Zonder een handige foto door een elektronenmicroscoop om je atomen te laten zien. Misschien moeten we af en toe weer terug naar die werkwijze: vooraf goed nadenken over alle aspecten van een onderwerp en pas dan actie ondernemen. Al is het maar in de loze uurtjes in de trein of file.