abonneer nu
Plaat voor je kop

Plaat voor je kop 143: The Velvet Underground

Door Wouter Bessels op zaterdag 1 april 2017 13:00
  • ignore touch

    The Velvet Underground. © Universal Music

  • ignore touch

    The Velvet Underground. © Universal Music

mail pinterest

Het jaar 1967. 365 dagen die de popmuziek kleur gaven en een reeks aan prachtige singles én albums opleverden. Het debuutalbum van The Velvet Underground is er zo één. Maar de opnames waren al lang en breed afgerond toen 1967 nog moest beginnen.

De aanloop van het monumentale album - degene waarover Brian Eno ooit repte dat iedere koper zelf een bandje was gestart - was alles behalve probleemloos verlopen. De reden? Te midden van die conventionele popmuziek van 1966 waren de klanken die Lou Reed, John Cale, Maureen Tucker, Sterling Morrison en zangeres Nico produceerden verre van makkelijk en toegankelijk. Het tekende het karakter van de groep. Een band die onder leiding van Reed en Cale, beiden niet vies van de heroïne en teksten over de zelfkant van de maatschappij, een enorme ‘drive’ had. Muziek die op het eerste gehoor haar roots heeft in doowop en Chuck Berry-achtige rock ’n roll, maar bij iedere luisterbeurt steeds dieper gaat.

MGM

De knarsende viool van Cale, de rammelende gitaren van Reed en Morrison, de bekkenloze drums van Tucker en het Duitse Engels van Nico. De combinatie is muzikaal bijna dodelijk en klinkt soms atonaal, maar dat is tegelijk de charme van de Velvets: in veertig minuten laat de groep horen dat popmuziek de puberteit voorbij is. Producer Tom Wilson zag er uiteindelijk wat in en bracht de groep in juni 1966 onder bij MGM, waar de plaat in maart 1967 bijna geruisloos verscheen. Gedoe met een foto op de achterkant van de hoes zorgde ervoor dat de plaat uit de handel werd gehaald, juist op het moment dat ‘ie de Billboard albumlijst voorzichtig binnen sijpelde. Niemand kon ‘m dus kopen in die eerste maanden, maar pas ver in de herfst van dat jaar. Toen was het te laat.

De mythe en het ware relaas

Het is een voorbeeld over het relaas van de band, waarover journalist (en mijn Platenblad-collega) Peter Bruyn onlangs een uitputtende en zeer heldere biografie schreef. Bruyn zet niet alleen de Velvets en diens platen en erfenis in een relevant kader, ook scheidt hij de mythe van het ware relaas over de groep. De waarheid is voor hem de enige die telt. Met vaak tegenstrijdige verhalen is dat een helse klus, maar de wijze waarop Bruyn het album zowel in een zowel muzikaal als kunstzinnig historisch kader plaatst, verdient een grote pluim. En het is ook nog een prettig leesbaar verhaal geworden.
Zijn boek richt zich niet slechts op dat eerste album, maar ook wat er zich voor die tijd heeft afgespeeld in het leven van de hoofdrolspelers en wat de gevolgen van die plaat zijn geweest voor de verdere carrières van met name Reed en Cale. Tot de kortstondige en veelbesproken reünie van The Velvet Underground in 1993 aan toe.

  • gallerij afbeelding

    Boek Peter Bruyn. © In de Knipscheer


 

Modern klassieke muziek

De grote kracht achter 'The Velvet Underground & Nico’ is dat compromisloze geluid. Zonder opsmuk, recht in je gezicht, met teksten die niets verbloemen. ‘Heroin’, ‘Venus in furs’, het treffende ‘Femme fatale’ en het claustrofobische ‘Sunday morning’, het is poëzie van de bovenste plank en die geen blad voor de mond neemt. De muziek rekent af met alles wat de rock ’n roll op dat moment zo aantrekkelijk maakt. Met name Cale is bovenmatig geïnteresseerd in de moderne klassieke muziek van zijn leermeester LaMonte Young; improviseren op slechts een akkoord. Zo zijn ‘Black angel death song’ en ‘European son’ niet de meest luisterbare stukken van de plaat. Een stijl die op de tweede Velvets plaat ‘White Light/White Heat’ nog verder wordt verkend. Dat is John Cales finest hour bij de groep. Na zijn vertrek uit The Velvet Underground produceert hij eigenzinnig het debuut van The Stooges (met Iggy Pop). Lou Reed is en blijft meer song-georiënteerd, met een tekst die er nooit om liegt.

Andy Warhol

En dan die hoes. De doorbraak van popart-kunstenaar Andy Warhol naar het muzikale publiek. De banaan bracht popmuziek en kunst bijeen. Nog voordat Cal Schenkel voor Frank Zappa (collega bij platenlabel MGM, maar ook de aartsrivaal van The Velvets!) die kleurrijke hoezen maakte en Simon & Marijke zich met de Beatles gingen bemoeien. Als producer heeft Andy Warhol muzikaal gezien niets voor het album betekend, maar hij maakte het met die bananenhoes wel in een klap legendarisch. Die had al een enorme impact, nog voordat de muziek op werkelijke waarde werd geschat. Opnametechnicus Norman Dolph nam het album op, maar kreeg pas jaren later de vermelding op de hoes waarop hij recht had.

Grunge

Ikzelf onderhield altijd een haat-liefde met de plaat. Toen ik Reeds solowerk een jaar of 25 geleden ontdekte (natuurlijk met ‘Berlin’) las ik in de popencyclopedie van Oor dat het debuut van The Velvet Underground tot het belangrijkste behoorde wat als ‘popmuziek’ werd beschouwd. Prima allemaal, maar het primitieve karakter van de muziek stond me niet aan. Die stem van Nico al helemaal niet. Het ontdekken kwam pas een paar jaar later toen ik via dat tweede Velvets album ‘White Light/White Heat’ pas begreep waar het de groep om te doen was. Dat radicale geluid, vol atonale speldenprikjes en provocerende teksten. Geniaal en absoluut uniek voor die tijd.
Toen ik dat eenmaal begreep, vond ik op het debuutalbum ineens de ene na de andere popklassieker terug. Dat was rond 1992, toen de grunge op z’n hoogtepunt stond en de muziek weer flink met een dosis energie en punk-attitude ervan langs kreeg. Het kwartje viel.

Later schafte ik de overzichtsbox ‘Peel Slowly and See’ aan (die makkelijk te vinden is voor een zacht prijsje) en begin dit jaar kocht ik de deluxe edition van het debuut album. Daarop is het ontstaan van de plaat, met sessies die teruggaan naar januari 1966, heel goed te horen. Halverwege vorige maand kwam daar dat boek van Peter Bruyn nog bij. Een bundel die ik van harte aanbeveel voor iedere fan van het album, maar ook voor wie het ware verhaal achter dit monument in de popmuziek in geuren en kleuren wil weten. Muziekgeschiedenis die ruim vijftig jaar geleden werd geschreven.

Peter Bruyn: The Velvet Underground & Nico – de plaat die rock volwassen maakte,
Uitgeverij In De Knipscheer,
ISBN 978.90.6265.951.7,
prijs € 19,50 - 328 pagina's.
www.50jaarvelvetunderground.nl

 

THE VELVET UNDERGROUND – discografie (selectief)
The Velvet Underground & Nico (1967)
White Light/White Heat (1968)
The Velvet Underground (1969)
Loaded (1970)
Live at Max’s Kansas City (1972)
Squeeze (1973)
Live MCMXCIII (1993)
Peel Slowly and See (1995, compilatie)